Vraag offerte aan

Home Story – Eke en Benoit

Tijdens de eerste lockdown trok Eke in bij Benoit. Het was een vuurdoop voor het koppel, want ze waren nog niet erg lang samen. Hun Antwerpse woonst bestaat uit drie verdiepingen waar openheid en licht hoogtij vieren. Op het eerste verdiep vind je de slaapkamers, badkamers en een bureau. Een stalen trap brengt je naar de leefruimte met open keuken, waar Eke graag eten klaarmaakt uit Ottolenghi’s ‘Simpel’, haar favoriete kookboek. Helemaal bovenaan voorzag Benoit een dakterras met buitendouche en -bad. Met een beetje inlevingsvermogen waan je je zowel binnen als buiten in het zuiden, al geven de grote ramen met zicht op de Antwerpse skyline al snel de werkelijke locatie weg…

“Als architect gaan persoonlijke bouwprojecten best vlot. Wanneer ik een ruimte binnenkom, dan zie ik voornamelijk volumes. In mijn hoofd bedenk ik al gauw wat ik van die volumes kan maken. De inrichting van een woning, zoals de kleuren en de verlichting, vind ik dan weer heel moeilijk. Bij ons thuis is dat voornamelijk Ekes verdienste. Voordat ze hier introk waren de ruimtes zeker 60% minder ingericht dan nu.”

“Ik ben bij Benoit ingetrokken tijdens het begin van de coronacrisis vorig jaar, op 17 maart 2020. Ik woonde voordien in Parijs, maar toen de stad daar in lockdown ging, ben ik naar hier gekomen. We dachten oorspronkelijk dat het hooguit een paar weken zou duren. Na hier drie maanden te ‘quarantainen’, keerde ik nog even terug naar Parijs. Kort daarna heb ik me op dit adres gedomicilieerd. We kenden elkaar nog maar een paar maanden toen we in Antwerpen samen gingen wonen, dus alles is zeer snel gegaan. Blijkbaar heet zo’n relatie die in stroomversnelling is geraakt door de pandemie een turborelatie. Wel toepasselijk!”

“Ik vond het heel belangrijk dat ze zich hier thuis voelde. Dat gevoel bereik je vooral met het toevoegen van persoonlijke spullen. Ik heb Eke dan ook expliciet gevraagd om me te helpen het huis in te richten. Het heeft nu een ziel gekregen.”

“Onze gezamenlijke stijl als koppel was even zoeken. Toen ik hier kwam wonen, was het meer een architectenwoning, alsof er te hard was nagedacht over de plaatsing van elk meubel. Bovendien was het interieur nogal zwart-wit en ik hou erg van kleur. De basis was hier natuurlijk al top, het was niet moeilijk om er iets tofs van te maken.”

“Vroeger bestond dit huis uit drie bouwlagen. De leefruimte was het plat dak, we hebben er dus een volledige verdieping bovenop geplaatst. Hoe hoger je klimt hoe beter het wordt. Als je binnenkomt in de gang beneden lijkt het alsof het huis niet is afgewerkt: onbezette muren en een steriele trap die naar boven loopt. Ik vind het leuk dat je het gevoel krijgt van ‘waar ben ik nu beland’ en dat je niet verwacht wat nog volgt. Je gaat de trap op en boven tref je dan een meer afgewerkte plek met polybeton en planten, dat is echt thuiskomen voor mij. Nog een verdieping hoger beland je in een vakantiesfeer. Zeker in de zomer ervaar ik dat gevoel nog meer door de ramen. Dan staan die allemaal open en leven we buiten. De verdieping lijkt ook meteen zo veel groter door de twee schuivende vleugels.”

“In onze slaapkamer hebben we ook een open badkamer, heel mooi, maar niet zo praktisch. Gelukkig heeft de gastenkamer ook een badkamer, Benoit staat soms erg vroeg op en dan kan hij zich daar klaarmaken. Ik weet niet of ik het in een volgende woning op die manier nog zou aanpakken.”

“Ik sta nog steeds achter de keuzes die ik toen heb gemaakt. Ik woonde alleen, dus die badkamer was ideaal. Maar als je samenwoont met iemand, merk je plots de nadelen van zo’n open badkamer op. In een volgend huis zou ik de badkamer niet volledig apart willen steken, maar het zou wel fijn zijn om iets meer een scheiding te hebben. We dromen ervan om ooit in een bel-etage huis in de natuur te wonen: beton binnen, die naar buiten loopt, een boom in de patio centraal in het huis en dan houten ramen rondom rond. Zo’n jaren ’60 woning met pure materialen is natuurlijk de droom van velen. Het mag wat retro zijn, waar eenvoud heerst. Een mooi object dat gewoon spreekt, komt er mooier tot zijn recht. Hier kan ik soms wel zeggen dat er te veel spullen staan.”

“Dat komt door mij, ik ben een echte verzamelaar,” bekent Eke. “Ik hou van een basis die modern en eenvoudig is, maar die wil ik dan aanvullen met karaktervolle items, zoals vintagestukken. Aan een interieur voeg ik ook graag spullen toe die een betekenis voor me hebben. Ze zijn verbonden met plekken, mensen, herinneringen: zoals de matroesjka’s die ik vond op een marktje in Krakau, of mijn Jamaicaanse olifant…”

“Ik ben heel praktisch ingesteld, Eke is meer bezig met het esthetische. Stelselmatig vult ze het huis met unieke stukken en dat vind ik heerlijk.”


“Ik ben opgegroeid in Brussel. Mijn mama komt uit Tollembeek, in het Pajottenland, en mijn papa is Nederlander. Ze hebben elkaar leren kennen in Leuven, waar ze beiden studeerden. Ze verhuisden uiteindelijk naar Rotterdam en daar ben ik geboren. Op mijn zesde zijn we terug in België komen wonen. Toen moest ik Vlaams leren, maar mijn Nederlandse tongval is nooit verdwenen. Voor mijn studies trok ik dan weer naar Maastricht en ben ik nadien in Nederland blijven plakken, totdat ik er was op uitgekeken. Toen ben ik vrij impulsief verhuisd naar Parijs. Ik wou graag dicht bij familie wonen, maar toch ook in een hele nieuwe stad.”

“Mijn roots liggen in West-Vlaanderen, maar ik heb vijf jaar architectuur gestudeerd in Brussel. Onze hoofdstad is niks voor mij: veel te groot, je moet er al snel de auto of het openbaar vervoer nemen. Het publiek is er wel erg divers en er zijn veel verschillende buurten en sferen, maar dat heb je evengoed in Antwerpen.”

“In Brussel lopen al die verschillende culturen en sferen wel meer door elkaar,” voegt Eke toe. “We leerden elkaar trouwens kennen in een typische Belgische setting. Na een avondje uitgaan, belandde ik met een vriendin in een frituur om drie uur ’s nachts. Zij wou een kaassoufflé bestellen, maar hier noemen ze dat een kaaskroket. Ik vroeg aan de volgende in de rij om het verschil uit te leggen tussen die twee. Zo ben ik aan de praat geraakt met Benoit… Het is allemaal ongelooflijk snel gegaan door corona. In een normale situatie was het waarschijnlijk niet op dit tempo geëvolueerd. De stap om bij Benoit in te trekken was veel sneller gemaakt, ik heb er minder over moeten nadenken.”

“We zaten ook meteen 24 uur op 7 dagen bij elkaar en dat is wel speciaal, maar het ging goed. We hebben eigenlijk erg genoten van die periode. Alles draaide om simpele en kleine dingen, heel puur was dat. Het weer was natuurlijk ook prachtig: we hadden een beetje een vakantiegevoel, terwijl we wel opgesloten zaten. Dat vakantiegevoel proberen we tot nu vol te houden: als we wakker worden, trekken we het gordijn open en blijven we nog naar buiten kijken vanuit het bed.”

“Naast licht in een huis, hecht ik ook veel belang aan foto’s. Ze hangen hier overal op, maar ik vind ze het leukst op de koelkast. Benoit had het idee om ook het bidprentje van mijn oma daar te hangen. Zo maakt ze onderdeel uit van ‘ons leven’ en krijgt ze geen eenzame plaats op de kast. Elke dag wanneer je de koelkast opent zie je op die manier de mensen die je graag ziet. In de eerste lockdownperiode heb ik hier trouwens heel veel staan koken. Ik had een Ottolenghi boek gekregen voor kerst en dat was één van de weinige dingen die ik snel-snel had meegenomen uit Parijs. De keuken is trouwens een fantastische plek om mensen te ontvangen. Wij aan één kant van het eiland en vrienden aan de andere kant.”

“Feestjes, leven in de brouwerij, dat mis ik zo! Nu, zo’n open ruimte heeft wel zijn voor- en nadelen. Qua ruimtegevoel is die openheid fantastisch. We wonen hier op 110 vierkante meter, maar het voelt veel groter aan. Dat komt ook door de terrassen en grote ramen natuurlijk. Later wil ik toch wat meer onderverdeling. Als ik dan vrienden zou ontvangen en Eke is bijvoorbeeld een boek aan het lezen, dan moet dat kunnen zonder dat we elkaar storen. Ik zie mezelf wel nog niet direct de stad verlaten, maar ik denk dat je dat doet eenmaal je kinderen hebt, zodat die een tuin hebben om in te spelen. Ooit wil ik dus wel in bosrijk gebied gaan wonen. Kinderen opvoeden in een stad lijkt me moeilijk, alleszins niet in het huis waar we nu wonen, de trap is niet bepaald kids-proof bijvoorbeeld.”

“Een gulden middenweg lijkt mij ideaal. Ik ben opgegroeid in Hoeilaart, je had daar rust en natuur, maar zat toch vlakbij een grote stad. Benoit is enorm gefocust op die natuur, maar als kind nam mijn moeder me ook gewoon mee naar allerlei musea.”

“Ik was altijd erg geïnteresseerd in mensen en hun gedrag, dus ging ik psychologie studeren.

Die studie was best medisch en eigenlijk wou ik geen therapeut worden, maar de kennis gebruiken in een business praktijk. Ik heb ook stage gelopen in de reclamewereld en volgde nog een extra master in marketingmanagement. Daarna werd het eens tijd om te beginnen werken. De jobs die volgden, in sales en consultancy, lagen altijd erg in lijn met mijn studies en eigenlijk heb ik gemerkt dat mijn werk net moet aansluiten bij mijn persoonlijkheid. Ik ambieer nu een job waar ik mensen kan verbinden en met mensen bezig kan zijn, op welke manier dan ook. Er staan dus veel mogelijke jobinvullingen op mijn lijstje, als nieuwe ideeën er maar voorop staan, où ça bouche!”

“Het was mijn droom om na mijn studies naar het buitenland te trekken. Ik heb alle big offices afgeschuimd, maar ik kwam tot de realisatie dat je daar maar een kleine pion bent, dus die droom borg ik op. Zo ben ik in Antwerpen bij bij Crepain Binst beland, en daarna heb ik bij Jo Peeters gewerkt. Maar op een gegeven moment begin je eigen projecten te hebben en van het een komt het ander. Wat startte als eenmanszaak en kleine renovaties is uitgegroeid tot een ‘sattelietbureau’ van drie mensen in Gent en vier in Antwerpen die werken op tal van projecten, klein én groot.”

“De afbraak van het huis heb ik hier zelf gedaan. Ik heb de balken nog geschuurd samen met mijn zus. De rest liet ik over aan experts. Dit is het tweede huis dat ik voor mezelf renoveerde, het eerste was een smal rijhuisje. Daar heb ik toen ook Engels ramen en deuren laten plaatsen, ik koos zelfs voor een glazen voordeur. Veel mensen maken alles ‘dicht’ maar een glazen deur geeft veel meer licht en het is heerlijk om wat contact te houden met de straat.”

“Benoit houdt vooral van hout. Als we nu een nieuw meubelstuk aan ons interieur willen toevoegen, staat het materiaal vaak al vast.”

“Ik vertelde Eke nochtans onlangs dat ik had overwogen om het houten plafond wit te schilderen. Maar dat hout geeft nu wel de nodige warmte aan de ruimte met een betonnen vloer en stalen ramen. Houten ramen vind ik ongelooflijk mooi maar dat is voor de volgende woning, al weten we nog niet op welke locatie dat zal zijn.”

“Ik zie mezelf niet oud worden in Antwerpen, het is hier iets te ‘Vlaams’,” lacht Eke. “Nee, dat is persoonlijk, omdat ik me hier soms een beetje een outsider voel. Ik vind het wel een heel interessante stad. Ik ben fan van mode en design en daarvoor is Antwerpen hemels. De mensen durven hier op modevlak ook heel veel, zo innovatief!”

“En er zijn zo veel fijne adresjes om uit eten te gaan! Bistrot L’îlot is een aanrader, een restaurant dat wordt opengehouden door een bijzonder vriendelijk koppel én wat ze er serveren is natuurlijk ook heel lekker.”

“Of Supersoep, hier om de hoek! We eten hier vaak aan het eiland, aan tafel is het algauw zo formeel. Als we dat doen, zitten we nooit over elkaar, maar aan de hoek. Je blijft wel langer zitten en praten met elkaar op die manier. Dan nemen we de tijd om te genieten, dat doen we soms te weinig.”

“Met een ontoereikend budget, zouden we graag ergens tussen de stad en de natuur willen wonen. Misschien zelfs in het buitenland, niet te ver van het strand. Liefst wel in Europa, dan kun je gemakkelijker contact houden met vrienden en familie.”

“Ik zie mezelf nog wel naar San Francisco verhuizen en The American Dream najagen. Natuurlijk is het vaak wel mooier in je dromen dan in het echt. Portugal, Spanje of Italië kan ik me moeilijker inbeelden. Doe mij maar Frankrijk dan!”

“Nee, daar is het niet warm genoeg,” lacht Benoit.